Kamperen met uitzicht op Seattle (sleepless?)
Manchester State Park, Manchesterhttp://www.parks.wa.gov/
Als je een hele rit voor de boeg hebt wil je vroeg weg, een snelle douche en off you go.
Aangezien we deze dage de eigenaresse van het huisje helemaal niet gezien hadden en de sleutel weer af wilden geven probeerden we bij het huis enig contact te krijgen, er was niemand thuis. Toen maar de boel zo gelaten, het zal wel goed zijn, de sleutel op de tafel en toch maar gaan. Wel raar dat je een huisje bij een particulier huurt en niemand hebt gezien. We picknickten wederom onderweg en reden door naar Hurrecane Ridge, vandaar heb je een geweldig uitzicht over Olympic NP en de glaciers. We liepen er een kleine hike (500 mtr) en tot groot genoegen van ons allemaal gaf Juul wat sju aan de zaak en gleed uit over ijs en viel met zijn billen in het smeltwater. Het viel allemaal wel mee en uiteindelijk kon hij er zelf ook om lachen. Op de terugweg kwamen we vast te zitten achter een flagger (auto waar je braaf achteraan moet rijden) omdat ze strepen op de weg aan het trekken waren. Ongelogen waar: zeker 25 km. stapvoets, dan krijg je de neiging om over natte strepen te gaan rijden, ieder vergezicht te bekijken was het alleen maar om een dun extra streepje te trekken, te gaan toeteren, kortom we werden er erg melig van.Toen we door konden rijden stopten we bij een Indianen winkeltje naar om als ware Hollander te kijken maar niet te kopen. Het tentje was eigendom van een Amerikaan die goed Duits sprak en in de jaren 60 in NL geweest was. Aardige vent, waarschijnlijk een hippie want het hele winkeltje ademde die sfeer uit. Jessie kocht er handschoenen en toen we afscheid namen kregen de kids alle drie nog een stoffen balletje om mee te spelen.
Bij het Manchester state park aangekomen was de tent zo weer opgezet en gingen op onderzoek uit. De kinderen klommen op een wel heel hoge berg en daar hadden wij geen zin in dus riepen we dat ze door moesten lopen en we elkaar verderop wel weer zouden zien. Na een tijdje: geen kids. Wat nu? We liepen nog een stuk door tot het pad omhoog ging (ondertussen gaat er van alles door je hoofd, van enge mannen tot beren). Geen kids. Richard zette er wat meer de pas in terwijl ik een familie aansprak die de andere kant opging. Ze hadden de kinderen wel gehoord maar niet gezien, ze zouden in ieder geval naar ze uitkijken. Na nog een kwartiertje lopen splitsen Richard en ik ons op (de een naar de tent, de ander het pad nog maar eens aflopen) en toen kwam ik die arme bloedjes van kinderen tegen. Fenna overstuur en Juul en Jessie ruzie wat er nu moest gebeuren. Gelukkig hadden ze het hoofd erbij gehouden en bleven ze bij elkaar. Ze waren aangesproken door de familie die ik eerder gesproken had, ze hadden er niets van kunnen verstaan, en waren nu op zoek naar de tent. In ieder geval ze waren blij om ons weer te zien! (en wij hun) Overigens kwamen we wederom tot de ontdekking dat we zoawat de enige waren op het park. Ongelofelijk; uitzicht op Seattle (niet vanuit de tent maar wel vanaf het strand) een prachtige plek, alles superschoon, midden in het bos, wat wil een mens nog meer? Maar geen kip te bekennen.
Morgen gaan we een dagje stadten op naar Seattle en ons vervoermiddel? De boot, want we zitten hier op een eiland. Hopelijk raken we daar niemand kwijt want dan is het echt zoeken naar een speld in een hooiberg.
Reacties
Reageer
Laat een reactie achter!
- {{ error }}